Aanjaagproject ‘Medicatie achter de Voordeur’

Auteur: 
Joke ter Harmsel
Joke ter Harmsel

Met de Zorg voor Veilig module 'Medicatieveiligheid achter de voordeur' versterkt de thuiszorg haar rol als medebewaker van medicatieveiligheid. Mijn naam is Joke ter Harmsel. Ik werk als adviseur bij stichting 1ste Lijn Amsterdam (ROS Amsterdam). Sinds het voorjaar 2010 ben ik betrokken bij het opzetten en implementeren van de module ‘medicatieveiligheid achter de voordeur’.

De module beschrijft hoe medewerkers in de thuiszorg en andere zorgverleners medicatieproblemen of onveilige situaties op medicatiegebied bij thuiswonende clienten kunnen signaleren, aankaarten en aanpakken. Na het ontwikkelen van de module, die in de zomer van 2010 klaar was, wordt de nieuwe werkwijze nu uitgeprobeerd door het Team Centrum van Buurtzorg Nederland.

De module is geschreven voor de thuiszorg, omdat zij ‘achter de voordeur’ komen. Zij kunnen bij uitstek signaleren of er iets mis is bij de client thuis, zij kunnen dit aankaarten bij huisartsen en apothekers en kunnen nagaan of er verbetering optreedt in de situatie.

De voorbereiding
In de eerste helft van 2010 is een voorbereidingsgroep, bestaande uit medewerkers van het Intituut voor Verantwoord Medicijngebruik, Buurtzorg Amsterdam, de LVG,  het Farmaceutisch Bureau Amsterdam en 1ste Lijn Amsterdam een aantal keren bijeen geweest. Stap voor stap hebben we doorgenomen hoe we de drie doelen van het aanjaagproject, nl het signaleren, het aankaarten en het aanpakken van medicatieproblemen achter de voordeur, in een bruikbaar stappenplan vorm konden geven. Het resultaat is de Module Medicatieveiligheid achter de Voordeur. Naast het stappenplan bestaat de module uit een aantal bijlagen, die ieder afzonderlijk in de verschillende fasen van het proces gebruikt kunnen worden. Alle bijlagen zijn afzonderlijk te downloaden via de site Zorg voor Veilig.

De instrumenten
Een belangrijke bijlage is de ‘signaalkaart’, een lijst met de meest voorkomende signalen die kunnen wijzen op een onveilige medicatiesituatie. Omdat het handig is dat een wijkverpleegkundige of wijkziekenverzorgende deze lijst bij zich draagt, hebben we besloten deze signaalkaartjes (A5-formaat) te plastificeren. Als een thuiszorgmedewerker één of meerdere signalen herkent, geeft hij/ zij dat door aan de verantwoordelijke uit het team. Deze kan het dan aankaarten bij huisarts en/of apotheek. De ervaring leert dat juist bij het aankaarten en het vervolgens aanpakken van de onveilige situatie, vaak misverstanden optreden of fouten worden gemaakt.

De Implementatie
Omdat vooral in de overdrachtmomenten nogal wat misgaat, hebben we in Amsterdam veel aandacht daarvoor. We gaan bij alle FTO’s  minimaal éénmaal langs om het project uit te leggen en eventuele knelpunten te bespreken. Omdat in die overleggen apotheker en huisartsen bij elkaar zitten, kunnen ze onderling afspraken maken over een systematische werkwijze aan de hand van de module.
Het project wordt vooralsnog alleen als pilot door Buurtzorg Nederland, team Centrum Amsterdam, uitgevoerd. Zodra dit goed loopt, kan het door meer teams van Buurtzorg Nederland en vervolgens door andere thuiszorgorganisaties worden gebruikt. Uitbreiding van de pilot tot meerdere teams is wenselijk, omdat momenteel met één team van één thuiszorgorganisatie lang niet alle onveilige situaties in een wijk gesignaleerd kunnen worden.

En verder
Het Buurtzorgteam is in het najaar van 2010 aan de slag gegaan met signaleren en aankaarten. In deze fase kunnen we nog niet beoordelen of het aankaarten daadwerkelijk leidt tot verbetering van de onveilige medicatiesituatie achter de voordeur. Wél duidelijk is dat de signaalkaarten een goede geheugensteun zijn. En dat het project de thuiszorgmedewerkers, huisartsen en apothekers extra alert maakt.